Skip to the content

Wat betekenen deze in de praktijk? 

Ons vakgebied, credit management, is altijd in beweging. Afgelopen periode zijn er meerdere nieuwe wetten in werking getreden die van invloed zijn op onze minnelijke- en gerechtelijke incassoprocessen en daarmee ook van belang kunnen zijn voor onze opdrachtgevers. Traditiegetrouw komen deze wetswijzigingen voornamelijk op 1 januari en 1 september. Ook in het nieuwe jaar komen er wetsvoorstellen aan. Wij zetten deze graag voor u op een rijtje.

Wat verandert er in 2022?

1. Wet Kwaliteit Incassodienstverlening
2. Verbetering doorstroom van gemeentelijke schuldhulpverlening naar wettelijke schuldsanering
3. Implementatiewet richtlijn modernisering consumentenbescherming

In werking getreden in 2021:

4. Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
5. Herziening beslagvrije voet
6. Verhoging Btag tarieven
7. Wijziging griffierechten
8. Ambtshalve toetsing

Wat verandert er in 2022?

1. Wet Kwaliteit Incassodienstverlening

Op 18 februari 2021 is het wetsvoorstel Kwaliteit Incassodienstverlening gepubliceerd. Hoewel dit wetsvoorstel nog niet is aangenomen, wordt verwacht dat regulering van de incassopraktijk er wel zal komen. Aanleiding voor het voorstel zijn problemen die voor kunnen komen in de incassopraktijk, zoals onterechte vorderingen, hoge incassokosten en onheuse en agressieve bejegening van mensen met schulden. 

Het wetsvoorstel voorziet daarnaast in een verplicht incassoregister. Cannock is groot voorstander van deze beoogde wet. Wij incasseren al jaren op een sociaal maatschappelijk verantwoorde manier en zijn lid van het NVI. Het NVI beoogt met haar keuringen al jarenlang hetzelfde als wat deze wetgeving moet gaan doen.

Dit betreft een wetsvoorstel en is nog niet definitief.

Cannock is groot voorstander van deze beoogde wet. Wij incasseren al jaren op een sociaal maatschappelijk verantwoorde manier en zijn lid van het NVI.

2. Verbetering doorstroom van gemeentelijke schuldhulpverlening naar wettelijke schuldsanering

Een schuldenaar (natuurlijk persoon) kan in geval van een problematische schuldensituatie een beroep doen op een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject (SHV). Lukt het de debiteur niet om in dit traject tot vereffening van de schulden en/of tot een akkoord te komen met de schuldeisers, dan kan deze doorstromen naar de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP). Indien de schuldenaar is toegetreden tot de WSNP zijn schuldeisers verplicht een akkoord te sluiten. In vrijwel alle gevallen betekent dit matiging van de vordering, je hebt als schuldeiser in dit traject geen invloed meer op de hoogte van het te ontvangen bedrag.

De eisen voor de doorstroming van SHV naar WSNP blijken in de praktijk soms te streng te zijn. Schuldenaren kunnen hierdoor in een uitzichtloze situatie komen. Om dit te voorkomen zijn de strikte toelatings- en uitsluitingsgronden bij de toetreding tot de WSNP opnieuw beoordeeld en worden nu een tweetal wijzigingen voorgesteld (op artikel 288 van de faillissementswet):

  1. De “te goede trouw toets” (alleen schulden die te goede trouw zijn ontstaan komen in aanmerking) in de jaren voorafgaand aan het verzoek gaat terug van 5 naar 3 jaar;
  2. Een schuldenaar die in de afgelopen 10 jaar al eens tot de WSNP werd toegelaten kan door de rechter in schrijnende gevallen alsnog worden toelaten. De rechter kijkt daarbij naar de wijze waarop de vorige WSNP is beëindigd en hoe de nieuwe situatie is ontstaan, de uitzondering wordt niet gemaakt bij ernstig verwijtbaar handelen.

Dit betreft een wetsvoorstel en is nog niet definitief.

3. Implementatiewet richtlijn Modernisering Consumentenbescherming

De richtlijn modernisering consumentenbescherming komt voort uit EU wetgeving die er op gericht is het consumentenrecht te versterken. Deze richtlijn doet een aantal aanvullingen en aanpassingen op de volgende vier hoofdthema’s:

  1. Richtlijn oneerlijke bedingen (sancties toegevoegd);
  2. Richtlijn prijsaanduiding producten (prijs referte toegevoegd);
  3. Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (transparantieverplichting toegevoegd en de lijst oneerlijke handelspraktijken uitgebreid);
  4. Richtlijn consumentenrechten (wijziging en aanvulling van de informatieverplichtingen).

Met name het laatste punt is relevant in relatie tot de ambtshalve toetsing die rechters moeten toepassen op het gebied van de consumentenbescherming en de informatieverplichtingen bij het sluiten van een overeenkomst. Dit voorstel zorgt daarmee voor extra regeldruk voor partijen die producten of diensten verkopen.

Indien deze richtlijn daadwerkelijk geïmplementeerd zal worden, adviseren wij om deze richtlijn goed te bestuderen en het (verkoop)proces hierop aan te passen. We zien in de incassopraktijk dat rechters hier in een eventuele procedure scherp op controleren.

Dit betreft een wetsvoorstel en is nog niet definitief.

We zien in de incassopraktijk dat rechters in een eventuele procedure scherp controleren op de informatieverplichtingen van de verkoper bij het sluiten van een overeenkomst.
In 2021 in werking getreden:

4. Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)

Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking getreden. De WHOA biedt een onderneming de mogelijkheid om, in geval van een problematische schuldenlast, de schulden te herstructureren om zo een faillissement te voorkomen. Dit gebeurt door een onderhands akkoord te sluiten met schuldeisers en aandeelhouders, waardoor alle schuldeisers meer geld zullen ontvangen en dus beter af zijn dan bij een faillissement van het bedrijf.

Voorheen was echter voor een akkoord instemming van alle betrokken partijen vereist. Zo kon een enkeling met een klein belang het gehele akkoord dwarsbomen. Dit stagneerde het proces en kon leiden tot het faillissement van ondernemingen die eigenlijk wel levensvatbaar waren, een onnodig faillissement dus. Het voorstel dient redelijk en eerlijk te zijn om opgelegd te kunnen worden aan dwarsliggers.

5. Herziening beslagvrije voet

Met ingang van 1 januari 2021 is de nieuwe ‘Wet vereenvoudiging beslagvrije voet’ in werking getreden. Iedereen met schulden moet voldoende geld overhouden om van te leven. De nieuwe wet beschermt het bestaansminimum beter en maakt de berekening van de beslagvrije voet betrouwbaarder. Elke overheidsorganisatie gaat namelijk gebruik maken van dezelfde rekentool om de beslagvrije voet te berekenen op basis van de leefsituatie en het belastbare inkomen. Door de nieuwe inrichting van het proces zijn beslagleggende partijen bovendien beter op de hoogte van elkaars beslagleggingen. Het doel van de nieuwe wetgeving is het beschermen en ontzorgen van schuldenaren.

Iedereen met schulden moet voldoende geld overhouden om van te leven.

6. Verhoging Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (BTAG)

Met ingang van 1 januari 2021 zijn de tarieven, die een gerechtsdeurwaarder voor zijn ambtshandelingen in rekening brengt bij burgers en bedrijven met schulden verhoogd. Uit onderzoek is gebleken dat de tarieven niet meer kostendekkend waren. Het kostenrisico voor het starten van een gerechtelijke procedure dient hierdoor zorgvuldig afgewogen te worden.

De verhoogde kosten zijn voor rekening van de debiteur. Indien de debiteur deze niet kan betalen, dient de opdrachtgever deze kosten te voldoen.

7. Wijziging griffierechten

Op 29 september 2021 is de wijziging van de Wet griffierechten in werking getreden. De nieuwe tarieven gaan in op 1 januari 2022. De wijziging heeft met name voor vorderingen in de categorie van €500 tot €5000 een positief gevolg. Voorheen diende een rechtspersoon bij een vordering van €500 tot €12.500 een bedrag van €507 aan griffierecht te voldoen. Dit is nu dus meer in verhouding gebracht: Eerlijke tarieven voor de lagere vorderingen. Als rechtspersoon betaalt men aan griffierechten:

Vordering Griffierecht
€500,- / €1500,- €312,-
€1500,- / €2500,- € 354,-
€2500,- / €5000,- € 472,-

 

8. Ambtshalve toetsing

De rechter is verplicht om in een gerechtelijke procedure Europese regels van consumentenbescherming te toetsen, zelfs als de consument niet in de procedure verschijnt of geen beroep doet op deze regels. Deze zogenaamde ambtshalve toetsing richt zicht met name op de wijze waarop een overeenkomst tot stand is gekomen en of het voldoet aan alle informatieverplichtingen door de verkoper. De rechter bekijkt dan ook of alle benodigde administratieve bewijsstukken aanwezig zijn. Indien dit niet het geval is, dient de rechter tot (gedeeltelijke) vernietiging over te gaan of een matiging van de vordering toe te passen.

Dit betekent dat een beoordeling van een vordering afhankelijk is van de mate waarin verkopers of dienstverleners kunnen aantonen dat zij alle informatie hebben gecommuniceerd aan de debiteur (via schermafdrukken en de bestelbevestiging) en van de gevolgen die rechters verbinden aan het ontbreken van die informatie.

Informatieplicht indeling

De Hoge Raad heeft inmiddels de lijst aan verplichtingen verdeeld in 1) informatieplichten waaraan de wet specifieke sancties verbindt en 2) essentiële informatieplichten.

Bij de eerste categorie dient de rechter tot (gedeeltelijke) vernietiging over te gaan en bij de tweede categorie dient de rechter afhankelijk van de impact van de schending een bijbehorende matiging van de vordering toe te passen, maar niet tot vernietiging van de overeenkomst over te gaan. De komende tijd zal de focus bij beoordeling van vorderingen door rechters nog meer op hierboven genoemde informatieplichten liggen.

De rechter bekijkt of alle benodigde administratieve bewijsstukken aanwezig zijn. Indien dit niet het geval is, dient de rechter tot (gedeeltelijke) vernietiging over te gaan of een matiging van de vordering toe te passen.

Heeft u vragen over de impact van wetswijzingen op onze gerechtelijke en/of minnelijke incassoprocessen?

Neem contact op met onze specialist, Bouke Velzen, Manager Juridische Incasso.
Bouke is te bereiken via: 

Bel 088 - 11 68 100
of mail naar Bouke.velzen@cannock.nl